Boeken

schoolgids.jpg

De Kies-een-school-gids

Tijdens open dagen merk je als ouder dat er veel is veranderd sinds je eigen eindexamen. Er zijn vakken bijgekomen en verdwenen, de gebouwen zijn anders ingericht, er vallen onbekende termen (wat is een profiel?), de schooltypes heten anders (lwoo, vmbo-kgt, vwo-plus). Scholen hameren op hun vernieuwende onderwijsmethode of hun extra’s als een dansklas en tweetalig onderwijs.
Maar wat moet de doorslag geven? De aantrekkelijke culturele projecten op de ene school? De kleinschaligheid van de andere? De ouderwetse degelijkheid van de derde? Om een goede keuze te maken, moet je om te beginnen jezelf en je kind eerlijk bekijken:

* Als je je leven over mocht doen, welke school en welk schooltype zou jij dan kiezen? En vooral: waarom? Baal je nog altijd dat je destijds van het atheneum naar de havo bent overgestapt? Had je dolgraag willen zeggen dat je gymnasium hebt gedaan, terwijl je met hangen en wurgen door de mavo bent gesleept? Op dit punt is beslist eerlijkheid geboden. Natuurlijk kan je kind van jouw fouten leren, maar het hoeft jouw gemiste kansen niet goed te maken.

* Trek je niets aan van de buren. In sommige kringen is de opleiding van een kind een statussymbool. Bij een tweeverdienersloopbaan, een mooi huis en een flitsende auto past geen kind op het vmbo. Maar waarom eigenlijk niet? Ook na het vmbo is nog van alles mogelijk. Niets is erger voor een kind dan te voelen dat zijn ouders in hem teleurgesteld zijn of zich schamen voor zijn schoolcarrière.

* Wees je bewust van het grootste misverstand tussen ouders en kinderen: jij wilt dat je kind gelukkig wordt en jouw kind wil graag dat jij denkt dat het gelukkig is. Sommige kinderen geven daarom sociaal wenselijke antwoorden. Ze zeggen dat ze naar een bepaalde school of een schooltype willen, omdat ze voelen dat ze hun ouders daarmee plezier doen.

* Prachtige toekomstplannen van je kind om dierenarts of advocaat te worden, zijn niet bruikbaar als leidraad. Die kunnen nog honderd keer veranderen. Wel belangrijk is de leerstijl van je kind. Een typische vwo’er is nieuwsgierig, leert makkelijk en met plezier. Hij vindt het leuk om veel te weten. Een vmbo’er zit niet graag achter de boeken, maar doet liever iets praktisch. Een echte havo-leerling heeft studieuze en praktische kanten. De kans op succes op de havo is groter als de leerling meer naar het studieuze neigt, want de opleiding is vrij theoretisch.

* Kijk ook naar de inzet die van je kind te verwachten valt. Is het gemotiveerd genoeg om harder te werken op een tweetalig vwo of extra uren te maken in de speciale sportklas? Is het bereid huiswerk te maken? Heeft het zelfvertrouwen en doorzettingsvermogen? Heb je zelf de energie om je kind jarenlang door een veeleisend schooltype heen te slepen?
Neem de conclusies van dit zelfonderzoek als uitgangspunt bij verdere keuzes.